Wednesday, 13 January 2016

Eerste deel van onze reis in Tanzania: Tarangire National Park, de Masai en de Serengeti.


Tanzania is een veelzijdig land. Het bezit zowel bergen met de Kilimanjaro en Mount Meru als de meest bekende; grassteppen zoals de beroemde Serengeti als tropische eilanden (Zanzibar en Pemba). Al deze bezienswaarigheden zijn makkelijk te bereiken via een korte vlucht, of zelfs met de wagen en ferry.
We hadden besloten om een vierdaagse safari te doen, vertrekkend vanuit Arusha. Arusha is de grootste stad in de regio rond de Kilimanjaro. Op een paar uurtjes rijden bevindt zich het Tarangire Park, en op een dagafstand de Serengeti, met de Ngoro Ngoro krater ongeveer halverwege. Na onze safari wilden we twee dagen uitrusten in een hotel aan de voet van de Kilimanjaro (Kerstmis), en vervolgens onze reis afronden met een vierdaags stads- en strandverblijf in Zanzibar.


Eind december is een vrij gunstige periode qua klimaat om het land te bezoeken. Het is de periode van de zogenaamde “short rains”. Dit betekent dat het meestal één keer per dag hevig regent, vaak ‘s avonds. Een heerlijk klimaat om Kerstmis te vieren. Reeds bij onze aankomst werden we getrakteerd op een onweersbui, en vrijwel elke dag konden we regen verwachten. Komende van Abu Dhabi genoten we van de verfrissing, het weelderige groen en de geuren na een stevige plensbui. Dankzij het feit dat Arusha aan de voet van de Meru berg ligt op een hoogte van 1300 meter, zijn de temperaturen er zeer aangenaam (tijdens onze reis was het vrijwel steeds onder de 30°).      
De vlucht van Abu Dhabi naar Nairobi was heel vlot verlopen (slechts vier en een half uur vliegen,die we bovendien dankzij een upgrade in “Business Class” mochten doorbrengen). Een mooie meevaller, zeker voor Guillaume die slechts een paar uur voordien teruggekeerd was in Abu Dhabi - na een epische reis van New Jersey over Amsterdam en Dubai.
 

Na nog een uurtje vliegen kwamen we op Kilimanjaro Airport aan in de stad Arusha. Van zodra we in Arusha aankwamen werden we verwelkomd met het hartelijke "Jambo". Tanzania telt honderden talen, maar de voertaal is het Swahili, dat zeer melodieus en aangenaam klinkt. Alleen al het woord  “karibu” (welkom) dat bijna gezongen wordt, is prachtig en wordt voortdurend gebruikt: wanneer je ergens aankomt, om je een stoel aan te bieden, en zelfs om de auto in- en uit te stappen (door onze gids).

Naast uitvalsbasis voor safari’s is Arusha ook het startpunt voor vele klimmers die de 5895 meter hoge Kilimanjaro willen bedwingen. De machtige berg was wegens de vele wolken niet te zien bij onze aankomst, maar gelukkig zouden we na onze safari van een prachtig uitzicht op dit natuurfenomeen kunnen genieten.


Tarangire National Park: slapen tussen de olifanten
De volgende ochtend werden we om 9 uur opgepikt door onze gids David Mahunda van African Scenic Safaris.
We hadden voor een “mid-range” safari gekozen. Dit betekende dat we in tenten of eenvoudige lodges zouden overnachten en met de auto van het ene naar het andere natuurpark zouden reizen (in plaats van met het vliegtuig). Gelukkig bleken de afstanden goed te overbruggen, was er gelukkig heel veel te zien onderweg én bleken tot mijn aangename verrrassing de overnachtingsplaatsen (tenten of lodges) telkens heel luxueus te zijn. Het niveau van comfort en de goed overdachte infrastructuur bleven me trouwens de hele reis verrassen. Op regelmatige  tijdstippen kan je in Tanzania langs de weg stoppen en aan een tafel en bank onder een typisch puntdak in de schaduw picknicken (vaak op zeer mooie plekken), de benen strekken, een koffie kopen en van de propere toiletten gebruik maken. In vergelijking daarmee is het binnenland van Oman één grote wildernis.
 

Onze tent in Tarangire Safari Lodge met de olifanten op de achtergrond
Wij waren blij een goede en betrouwbare safararimaatschappij gevonden te hebben. Sommige safari-tours werken met jongere, meer onervaren gidsen, wat in de wildernis niet echt aan te raden is. “Self-driving” safari’s zijn ook niet zo gebruikelijk in Tanzania. Een goede gids is immers goud waard, zeker in de Serengeti en in de bergen, waar we verschillende gestrande jeeps zagen en ook een paar verdwaalde toeristen. Wat ook zeer aangenaam is, is het feit dat alle overnachtingen en maaltijden reeds voor jou geregeld zijn wanneer je in de lodges aankomt, zodat je alleen nog aan tafel moet aanschuiven, voor je uitgeput in je bed rolt.
Wij startten onze safari in het stadje Arusha in de plaatselijke electronicazaak. Ik had namelijk ons Canon-fototoestel en 2 objectieven meegebracht, maar was in de stress voor ons vertrek de oplader én batterij vergeten (die zaten nog steeds in het stopcontact thuis). Maar tot onze verrassing bleek Arusha over een gespecialiseerde fotozaak te beschikken, met batterijen & opladers voor allerlei modellen Nikon en Canon. Een zeer efficiënte Indische verkoper hield zich met ons bezig en tien minuutjes later was ons probleem opgelost.
  
We reden door naar het nabijgelegen “Tarangire National Park”. Dit natuurgebied is vernoemd naar de gelijknamige rivier die er doorheen stroomt. Blijkbaar betekent de naam “Tarangire” zoveel als “rivier van de wrattenzwijnen (ngire). We zagen inderdaad veel wrattenzwijnen, maar ook giraffes, impala’s (gazelles), zebra’s en tal van vogels Wat ons het meeste bijbleef waren de olifanten, vooral een groep volwassen en jonge olilfanten, die relaxt aan het baden waren in een poel.




 

Een minder bekend dier in het Tarangire-park is de tsetse-vlieg, waarmee we jammer genoeg uitvoerig kennismaakten. Blijkbaar is niets tegen deze insecten opgewassen (noch de beste insectenwerende producten zoals DEET, noch lange mouwen en broeken). Kenmerkend is de zeer pijnlijke beet, die echter snel kalmeert en gelukkig maar heel zelden tot de slaapziekte leidt.

Het park is ook bekend voor het prachtige landschap, dat uit heuvelachtig terrein bestaat, met een diep gelegen rivier die bijna altijd gevuld met water is, en de enorme baobabbomen, die al op zich een bezoek waard zijn.

Onze gids Mahunda bleek een onuitputtelijke bron van weetjes over zijn land en de wilde dieren. Hij leerde ons meteen ook een basis Swahili. Voortdurend vroeg hij ons of alles “Sawa sawa” was (In orde of ok) of “Hakuna matata” (Geen probleem). Een groot voordeel is dat het Swahili tal van Arabische woorden bevat, zodat ik vaak kon begrijpen waar de Tanzaniërs het over hadden.
Rond 16 uur bracht Mahunda ons naar ons eerste hotel, de Tarangire Safari Lodge, die temidden van het natuurpark ligt, op een klif boven de rivier. Het uitzicht was adembenemend.
                                 Uitzicht op de Tarangire rivier vanuit onze lodge
 
Nauwelijks waren we er aangekomen, of er barstte een tropisch onweer los. Het goot de hele nacht met bakken uit de hemel, wat bij mij herinneringen aan kampeerervaringen in België en Nederland opriep. Meerdere keren hoorde ik echter een vreemd  geritsel en een soort geblaas vlak naast mijn bed. Mijn vermoeden dat het om olifanten ging, werd de volgende ochtend bevestigd toen ik naar het ontbijt wou vertrekken. Op slechts een paar meter afstand stond een hele groep olifanten naast de tent van onze buren rustig te grazen. De toeristen die in deze tent verbleven, hielden gelukkig het hoofd koel en slaagden erin om om de dieren heen te lopen zonder ze te storen.
 
Met spijt in het hart verlieten we Tarangire Park. Onze volgende bestemming was de Serengeti. In vogelvlucht is de afstand van  Tarangire Park naar de Serengeti niet zo groot, maar met de wagen moesten we eerst de Great Rift Valley (met o.a. het imposante Lake Manyara) doorkruisen en dan over een bergpas van 2800 meter en via een zandweg naar  de andere kant van de Ngoro ngoro-krater. Boven aangekomen op de rand van de Ngoro Ngoro-krater hielden we een pauze, met zicht op de binnenkant van de krater, en de Great Rift Valley aan de andere kant.

De Ngorongoro krater is gevormd door een vulkaan die waarschijnlijk al 250.000 jaar uitgedoofd en ingestort is. Nadat we geluncht hadden aan de rand van de krater (en gewacht hadden tot een stortbui overgetrokken was), vervolgden we onze weg over groene hoogvlaktes die een beetje aan Schotland deden denken. Hoewel dit gebied officieel  “Conservation Area” is, mogen de Masai er leven. Ze wonen er in hun typische kralen, met hun koeien, temidden van de plaatselijke zebra’s en andere wilde dieren.
 

 


 
We stopten in een Masai-dorp, waar bleek dat de dorpelingen 60 dollar wilden voor een rondleiding. Ietwat overweldigd door de hoge prijs (ik had "16 dollar" begrepen) werden we verwelkomd door dansende mannen en zingende vrouwen.  We bewonderden de sandalen van de mannen die uit autobanden gemaakt zijn. Zij vonden onze outfits al even vermakelijk.
Welkomstdans
 
 
Een jongere die vloeiend Engels sprak, leidde ons rond in het dorp en vertelde dat hij 51 broers en zussen heeft  (de Masai zijn polygaam en zijn vader heeft 11 verschillende vrouwen). Slechts één zoon had een opleiding gekregen (en zijn middelbare school in Arusha afgemaakt), maar was daarna meteen teruggekeerd naar zijn dorp omdat hij het “stadsleven” niet aankon. We begrepen dat onze "donatie" gebruikt werd om ervoor te zorgen dat getalenteerde jongeren de kans kregen om een opleiding in "de stad" te krijgen. Dit in schril contrast tot het klasje van de dorpskinderen dat we in het dorp bezochten, waar de kinderen enkel leren tellen en het alfabet opzeggen.
Kinderen in Masai dorpsklasje
 
Na nog een paar uur rijden kwamen we eindelijk in een vlakte terecht en aan een bord dat de ingang van de Serengeti aangaf. Serengeti National Park dankt zijn naam aan het Masai woord ‘Siringitu’,wat eindeloze vlakte betekent.
 

 
De Serengeti is dan ook een vrij plat natuurgebied, met enkel  hier een daar een bult of kleine heuvel, de zogeheten “kopjes”. Dit zijn granieten rotspartijen die ontstaan zijn door vulkanische activiteit, begroeid met struiken, die vaak als uitzichtspunt en verschansing voor de roofdieren dienen.
 
 

                                 Lunch op een kopje in de Serengeti
 We stopten op een kopje om onze lunch te verorberen, met prachtig zicht op de vele duizenden “wildebeasts” of gnoes in de vlakte overal rondom ons. Het park is bekend om zijn rijkdom aan luipaarden, cheetah’s, leeuwen en ander katachtigen, en de migratie van de 1,5 miljoen gnoes, 200.000 zebra’s en 350.000 gazelles tussen augustus en november.  
 
uitzicht vanop een kopje
 
Op weg naar ons kamp zagen we verschillende leeuwen vlak naast de weg, en spotten we een groep nijlpaarden luierend in een poel bij het licht van de ondergaande zon. Verder zagen we tal van gazelle’s en hyena’s, die veel schattiger overkwamen dan ik me had voorgesteld.

 

 








 
 

Omdat het hevig geregend had in de Serengeti, was ons kamp veranderd in een modderpoel. Bovendien was ondertussen de nacht gevallen. Bij het schijnsel van een zaklamp tastten we ons een weg naar onze tent, waar we opgevorderd werden om  meteen een warme douche te nemen (dit was alleen mogelijk tot 19 uur).  Onze “badkamer” was vol met slijk, maar niettemin werd op de douche aangedrongen. Hoe er warm water tevoorschijn getoverd zou worden, konden we ons niet voorstellen. Het bleek dat een man “Hallo” riep, tot er een antwoord kwam. Meteen daarna stroomde het warme water uit de douchekraan. Guillaume had het mechanisme niet goed begrepen en dacht uit gewoonte dat hij even moest wachten tot het water warm zou zijn. Toen de stem aan de andere kant van ons tentzeil ongeduldig werd, sprong hij toch maar onder de douche. Helaas was het warm water net op toen hij de zeep wilde afwassen. Een paar minuten later was de man terug met meer emmers warm water, en kon ook ik van een warme douche in de Serengeti genieten.
Hierna werden we door een van de bewakers met een zaklamp naar het restaurant/eettent geëscorteerd, waar we bij kaarslicht aan gedekte tafels met wijnglazen en stoffen servietten dineerden.
Met de kreten van de hyena’s op de achtergrond vielen we in slaap.

De volgende dag deden we in de voormiddag nog een “game drive” in de Serengeti, voor we terugreden naar de Ngoro Ngoro-krater










 Ons verblijf in de Serengeti was jammer genoeg een beetje te kort, maar we hadden nog een lange weg voor de boeg wanneer we voor het donker ons hotel op de rand van de Ngoro ngoro krater wilden bereiken.
 
 
 

Wednesday, 27 May 2015

“Romantic Getaway” in Shiraz (Iran)

 

De stad Shiraz heeft de reputatie een romantische stad te zijn. Haar bijnaam is de stad van rozen en nachtegalen en ze staat bekend om haar dichters, literatuur, wijn en bloemen. De wijn is vandaag de dag  helaas strikt verboden, en van de rozen is ook maar weinig meer te merken. De vele tuinen die de stad vroeger telde, zijn grotendeels ingenomen door goedkope appartementsblokken. De schaarse historische huizen zijn meestal in onherroepelijk verval. Niettemin blijft Shiraz voor de Iraniërs een zeer geliefde bestemming, onder andere wegens het schrijn van het graf van de beroemde dichter Hafez (de dichter van de liefde).
                                                      Het graf van dichter Hafez

Iran is een land dat nog maar met mondjesmaat door westerse toeristen ontdekt wordt. Maar aangezien het zich nu op anderhalf uur vliegen bevindt, wilden we eindelijk een stukje ervan verkennen en ons hart ophalen aan de ongelooflijke monumenten en kunstschatten. Shiraz is bovendien een levendige stad in volle ontwikkeling, dankzij de voorzichtige opening ingeleid door de nieuwe president.
                                             Eén van de koepels van de "Pink Mosque",
                                             gezien vanuit een zijstraat (joodse buurt)

Niettemin is zijn er nog steeds een hele reeks obstakels die het niet zo evident maken om Iran te bezoeken – tenzij na een gedegen voorbereiding. Eén van de moeilijkste aspecten was het feit dat we geen contacten ter plaatse hadden om de praktische zaken (visum, overnachting, betalingen) te regelen. Uiteindelijk kwam alles toch in orde (zoals meestal in het Midden-Oosten), maar na de nodige spanning en veel voorbereiding.

Een groot voordeel is echter dat de weinige Europeanen die het land bezoeken er met open armen worden ontvangen en bijna als popsterren onthaald worden (nog nooit zijn we zo vaak op de foto geweest met de plaatselijke bevolking).

We besloten om eind april te gaan, een ideaal moment, omdat de temperaturen hier zeer hoog zijn, maar nog net aangenaam in Iran. Het enige detail waarvan ik niet op de hoogte was, is dat deze periode ook het hoogseizoen is voor het toerisme binnen Iran. De Iraniërs (en vooral de Teherani’s) profiteren volop van het zachte weer om rond te reizen door hun eigen land. Shiraz, Isfahan, Yazd zijn de toppers. In deze steden zijn in april en mei zowat alle hotels volgeboekt.

Het begon al twee weken voor ons vertrek toen ik probeerde om 2 overnachtingen te boeken.  In de meeste gevallen kreeg ik geen antwoord, ofwel werd me meegedeeld dat alles volgeboekt was. Ik was een beetje verrast, omdat de grootste attractie in Iran toch Isfahan is. En ik kon me moeilijk voorstellen waar al deze westerse toeristen plots vandaan kwamen. Toen wist ik nog niet dat veel Iraniërs de traditie plegen om tijdens de lente in eigen land rond te reizen en zo hun interesse voor hun eigen cultuur en geschiedenis te koesteren.

Navraag bij vrienden in Dubai leerde me dat vrijwel alle Westerse toeristen hun verblijf met een agentschap/gids ter plekke geregeld hadden. Voor anderhalve dag bleek echter nauwelijks een agentschap in ons geïnteresseerd, tenzij we bereid waren om sommen gaande van 450 tot 750 dollar vooraf met Western Union over te maken. En dit zonder enige garantie. Buitenlandse kredietkaarten gebruiken is immers onmogelijk in Iran, net als het feit om een reservatie te maken door een som op je kredietkaart te laten blokkeren.
Bijkomend probleem is dat je voor je inreisvisum (te verkrijgen op de luchthaven) een schriftelijke bevestiging van je hotel nodig hebt. Dus moet je hopen om een Iraanse hoteleigenaar te vinden die jou voldoende vertrouwt en gelooft dat je op de afgesproken dag in zijn hotel zal opdagen, om jou een schriftelijke reservatiebevestiging te sturen.
Omdat we weigerden om aanzienlijke geldsommen zomaar naar Iran te sturen, bleef dit als enige optie over.

Na zowat alle hotels en Guesthouses in Shiraz gecontacteerd te hebben, vond ik gelukkig op het laatste nippertje een hoteleigenaar die ons schriftelijk wou bevestigen dat we een kamer bij hem geboekt hadden (en zonder dat we vooraf al het geld moesten storten). De vriendelijke man belde wel nog even op mijn GSM  om zich ervan te vergewissen dat we wel degelijk kwamen (aangezien emails in het Midden-Oosten – zelfs na 3 bevestigingen – toch minder waarde hebben dan een persoonlijk contact).
Eenmaal dit geregeld, konden we ons beginnen te verheugen op ons verblijf. Ik moest alleen nog Emiraatse Dirhams inwisselen tegen een pakje met 500 dollar. Aangezien je in Iran nergens geld kan afhalen noch met kredietkaart betalen, moet je al het geld cash meenemen.

Van zodra we op de luchthaven aankwamen werden, voelden we ons thuis. We waren maar met een tiental toeristen op de kleine luchthaven van Shiraz, waaronder een Duits gezin uit Dubai en een zestal Omaanse medische toeristen (veel Omani's laten zich in Iran opereren omdat het een stuk goedkoper voor hen is). Het uit zes personen bestaande personeel van de luchthaven was zo blij ons te zien dat ze allemaal een praatje kwamen slaan.
                                          Scheve toren van het Fort van Shiraz

Nadat de klerk in een klein gebouwtje onze gegevens in de computer eindelijk ingevoerd had, vroeg hij ons beleefd om terug naar buiten te gaan en ons naar de bank te begeven. De “bank” bevond zich in hetzelfde gebouwtje, aan de achterkant, en bestond uit een opening die als “bank”loket dienst deed. Dezelfde klerk die onze paspoortgegevens in de computer had ingevoerd, stond vervolgens van zijn stoel achter zijn bureau op, om het loket van de bank te bemannen.

Daarna bracht hij ons ook nog naar de bagagebeambte, om onze bagage in de aanpalende ruimte (gescheiden door een laag muurtje) te identificeren. Mijn koffer werd opzij gezet, terwijl onze visa's verder werden aangemaakt. De hele scène was zeer vergelijkbaar met wat ik met Alda zo’n tien jaar geleden meemaakte op de luchthaven van Essaouira (Marokko). De douanier deed ook dienst als baliebediende en portier en fungeerde nog net niet als piloot.
Het voordeel was dat we alle andere toeristen leerden kennen, waaronder een Duits gezin dat ook in ons Guesthouse zou verblijven en de zes Omaanse mannen. De Omani's hadden een Iraanse vrouwelijke gids met wie ik in het Arabisch converseerde, tot consternatie (maar niet in negatieve zin) van de Iraniërs. Ik mocht ook als tolk Engels-Arabisch optreden voor de Omani's die hun bagage zochten.

Terwijl we nog steeds stonden te wachten op ons visum, kwam een sympathieke man op ons af en vroeg waar we zouden logeren. Hij bleek de taxichauffeur te zijn, die door onze Guesthouse gestuurd was om ons op te pikken. Hij vertelde me dat er echter nog een andere man stond te wachten van een ander Guesthouse, die zogezegd ook op ons stond te wachten.
Het bleek het eerste Guesthouse te zijn dat ik had gecontacteerd had en dat er heel veelbelovend had uitgezien. De eigenaar had geantwoord dat hij een kamer voor 2 nachten had. Maar zowat een week later kreeg ik plots een email dat hij zich vergist had en maar één nacht vrij had. Uit wanhoop zei ik dat we de kamer voor één nacht zouden nemen (maar nu moest ik nog 1 overnachting zien te vinden, en dit slechts een paar dagen vóór ons vertrek). Bovendien weigerde de man een email te sturen met de woorden "reservatie bevestigd".

Ik begon er steeds meer rekening mee te houden dat onze reis misschien niet zou doorgaan (en dat we onze vluchten – toch een 150 €/persoon – zouden verliezen).
Het Guesthouse waar we nu in terechtkwamen was een stuk kleiner dan het eerste, maar des te hartelijker. De “twin bed”-kamer was een zeer smalle langgerekte kamer, waar 2 zeer Spartaanse bedden achter elkaar geplaatst waren. We konden nog net langs de bedden voorbij in de badkamer geraken, met een toilet en douchekop erboven. Dit alles op het gelijkvloers, naast de (geanimeerde) binnenkoer. We borgen onze plannen voor onze  “romantic getaway” op, maar genoten van ons “avontuurlijk” verblijf.

We sliepen goed op de typisch harde Iraanse bedden en beseften hoeveel geluk we hadden, zeker toen we elke nacht gestrande westerse toeristen op de binnenkoer zagen overnachten.

Ons verblijf bestond alleen uit positieve ervaringen. Dankzij een Franse toerist van Iraanse afkomst, vergewisten we ons de eerste dag van de juiste koers van de Rial – niet onbelangrijk aangezien er geen betrouwbare wisselkantoren zijn, de koers voortdurend verandert en door de inflatie ongeveer 1 miljoen voor 35 dollar bedraagt.

Verbazingwekkend genoeg stootten we slechts één enkele keer op een malafide handelaar (notabene in het chiqste restaurant van Shiraz – “Hafat Khan”) die van de ignorantie van de westerse toeristen misbruik maakte door hen tientallen dollars meer laten betalen. Toen we hem erop wezen, beet hij ons toe dat we maar in Rial moesten betalen - wetende dat de enige manier om aan Rial te komen, via even malafide tussenpersonen verloopt, die als zogezegde “wisselagenten” dienst doen).
                                           Diner in het sfeervolle "Haft Khan"
                                           (chiqste restaurant van Shiraz)
 

We begrepen ook dat de andere Europeanen met hun “gidsen” en “agenten” gewoonweg zonder morren alles in dollars betaalden wat de gidsen hun wijsmaakten -  zij kenden immers blijkbaar als enige de correcte koers en gaven aan wat ze wilden  – aangezien ze bij elke betaling als tussenpersoon fungeerden.
De “geldkwesties” leidden behalve één onaangename ontmoeting vooral tot zeer leuke ontmoetingen, dankzij het improvisatietalent en de “goodwill” van de Iraniërs, aangeleerd in al die jaren van buitenlandse sancties. Regelmatig vonden we af en toe een vriendelijke Iraniër/Iraanse die maar al te graag wat Rials in Dollars wilden omwisselen in één van de winkeltjes van de soeks.  Of een Iraanse toeriste bood aan voor ons te betalen (en dollars in ruil aan te nemen) aan de ingang van een museum, waar dollars niet aanvaard werden. Uiteindelijk raakten we zo steeds aan voldoende Rials om de kleinere sommen te betalen. Gelukkig raakten we op het einde van de reis nog van 52 dollar in Rial af bij een Duitse toerist die langer bleef. Tegen de volgende keer dat we naar Iran gaan zouden onze Rials wellicht niets meer waard zijn geweest.

Onze city-trip bleek trouwens zeer goede “value for money”. Tot onze verbazing bleken we slechts  400 dollar uitgegeven te hebben, alles inbegrepen (2 overnachtingen, 3 etentjes in chique restaurants, taxi’s, toegangsprijzen voor moskeeën & musea + souvenirs!).
 Dit was ook te danken aan het feit dat we bijna alles te voet konden doen. Ons Guesthouse bevond zich op 5 minuten wandelen van zowat alle bezienswaardigheden.

Na een paar minuten wandelen waren we in de historische Vakil Bazar, met zijn prachtige stenen gewelven, een volledig bewaarde Karavanserai én een zeer mooie moskee.
Gang tussen 2 passages van Vakil Bazar

 
In de andere richting bevonden zich op een paar minuten loopafstand de “Nassir Molk”-moskee (ook de “roze moskee”-genoemd) en de Naranjestan-tuin (zo genoemd wegens de sinaasappelbomen)


                                                                 Roze moskee

                                 
                                                                     Naranjestan Gardens

Eén van onze lievelingsplekken was één van de betere restaurants van Shiraz, de sprookjesachtige “Champuri Gardens”, waar we in een prachtig kader lekkere kebabs aten. Dit is een gerenoveerde historische “mansion” in één van de weinige overblijvende tuinen van Shiraz, een koele oase gelegen midden in het drukke centrum van Shiraz. ’s Middags was het er aangenaam lunchen op het balkon op de eerste verdieping met zicht op de verkoelende fontein, en ’s avonds was het er heerlijk fris en leek het kasteeltje wel een “fata morgana”, met de sfeervolle belichting en de gevel geschilderd in vrolijke kleuren.
 

Een ander hoogtepunt was het bezoek aan de schrijn met het graf van de dichter Hafez, op de avond van onze laatste dag bezochten. Het graf bevindt zich in weelderige tuinen, aan de rand van de stad, met zicht op de bergen die Shiraz omringen. Naast een pelgrimsoord is het ook een geliefde plek bij Shirazi’s én Iraanse toeristen voor avondwandelingen of om bijeen te komen en bij te praten. Het was de perfecte afsluiter van onze city-trip in Iran.
 

 

 

Saturday, 11 April 2015

Abu Dhabi tragedies


Onder de bevoorrechte expats hier is een trend om kleine ergernissen tot drama’s op te blazen.  De zogenaamde First World problems vormen zelfs inspiratie voor blogs, zoals “Dubai Tragedies”, met parels van uitspraken, zoals “I went to the beach and the sand ruined my pedicure”.

Dit betekent niet dat we hier geen echte problemen hebben. De onzekerheid wegens gezondheidsproblemen en het feit of we hier al dan niet kunnen blijven weegt soms zwaar. Abu Dhabi blijkt bovendien steeds duurder te worden en het is maar de vraag of we met de huidige prijsstijgingen tussen 5 en 33 % over 4 maanden onze nu reeds astronomische huur zullen kunnen blijven betalen.
Nog een ander echt probleem is het krankzinnige verkeer hier:
-   De manier waarop hier met de auto gereden wordt, kan op z’n minst “creatief” genoemd worden. Zo is het gebruikelijk om achter het stuur make-up aan te brengen, te skypen en blijkbaar shisha te roken. Dit blijkt uit de nieuwste verkeerswet die  voortaan “Een waterpijp roken” en “Zich maquilleren achter het stuur” strafbaar stelt met een geldboete.

-   Een andere ergernis in het verkeer: chauffeurs die zonder lichten rijden en tijdens een zandstorm of dichte mist ervan uitgaan dat de God is groot - sticker op hun auto hen beter beschermt dan de mistlichten.

-   Het resultaat van dit onverantwoordelijke gedrag: vele honderden ongevallen op één dag tijdens de zeer zware zandstorm van 2 april 2015.
Om toch een idee te geven van de First World Problems waarmee we hier in Abu Dhabi te maken krijgen, hier een kleine selectie (voor diegenen die zich geen beeld kunnen vormen van de problemen eigen aan het leven hier en denken dat we enkel een zorgenloos bestaan leiden):
-          Net toen ik mijn sandalen / balkonmeubels / auto schoongemaakt had, kwam de volgende zandstorm.
 
-          Het water in het zwembad is te warm – de koeler is weer defect.        
                                                                            
-          Waarom staat de airco in het restaurant op 17°? ( in de winter) 
                  
-          Mijn haar verliest al z’n kleur door de felle zon.

-          De taxichauffeur blijft maar met zijn hoofd wiebelen en ik weet niet of hij “ja” of “nee” bedoelt.
 
-          Ik kan niets zien op het scherm van mijn Samsung door de zon.
 
-          Telkens als ik “Bedankt” typ op mijn nieuwe smartphone, maakt hij er “Bagels” van.
 
-          De artspraktijk vraagt elke keer de dag vóór de afspraak 3 keer om bevestiging dat ik toch zeker zal opdagen, maar vergeet om het juiste adres door te geven.
 
-         Waarom staan er om de paar kilometer langs de autostrade borden met “Glorie zij aan God” en "God is groot" ?
-          Waarom zijn er overal borden met een waslijst aan verboden?  
-          Waarom hangt er een bord “Voeten wassen verboden” in de damestoiletten van een vijfsterrenhotel?